In de eerste aflevering van deze serie blogs, schreef ik over angst. Angst die er mag zijn.

We hoeven onze angst niet weg te duwen, niet te ontkennen en niet te negeren. Maar we hoeven ons er ook niet door te laten verlammen. Wat we er dan mee aan moeten? Ermee naar onze Hemelse Vader gaan. Een Vader die ons geen seconde uit het oog verliest en altijd bij ons is. Aldus samengevat deel 1.

In deel 2 wilde ik over iets anders schrijven, maar ik heb al dagen de indruk dat ik toch nog iets verder moet ingaan op die angst. Dus doe ik dat 🙂

Wat mij al vaak in de Bijbel was opgevallen, is dat er nergens staat dat we niet bang móeten of niet mogen zijn, alleen dat we niet bang hóeven te zijn.
Gor Khatchikyan (SEH-arts in opleiding en prediker) verwoordde het afgelopen zondag bij Beam op de volgende manier: “De Bijbel zegt nooit: ‘Je moet niet bang zijn.’ Sterker nog, dat God zegt ‘Wees niet bang’, daarin erkent Hij ook dat we bang zijn. Bang zijn is menselijk, is normaal. (…) Juist in jouw angst zegt God: ‘Ik ben bij je.’ Hij geeft de reden waarom we niet bang hoeven te zijn.”

Inderdaad, God laat het nooit bij de opmerking dat we niet bang hoeven te zijn, maar geeft er ook een reden bij, een ‘want’. ‘Want Ik ben bij je. Ik zorg voor je. Ik draag je. Ik geef je kracht. Ik…’ Enzovoort. Maar verreweg de meest voorkomende ‘want’ is de geruststellende verzekering dat Hij bij ons is.

Vanochtend las ik het verhaal van de storm op zee, waarbij Jezus ligt te slapen onder in het schip en de discipelen steeds banger worden als de storm in heftigheid toeneemt en het schip dreigt te zinken. In hun paniek maken ze Jezus wakker, waarop Hij de storm tot de orde roept en deze gaat liggen.

Het is een heel bekend verhaal, maar toen ik me erin ging verdiepen en er wat verklaringen op na sloeg, sprong er toch iets nieuws voor mij uit en dat was de interpretatie die ik (en vermoedelijk ook een heel aantal van jullie) altijd heb gegeven aan de vragen die Jezus aan de discipelen stelt: ‘Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?’ (Markus 4:40)

Ik las deze vragen altijd als een soort verwijt. Bijna als een soort uitbrander om het ontbreken van (genoeg) geloof. Dat ik die vragen zo interpreteerde zegt uiteraard meer over mijzelf dan over Jezus, maar ik begreep ze gewoon nooit zo goed. Jezus, die zelf ook mens geworden was, kon toch wel snappen dat ze bang waren geworden tijdens zo’n storm? En Hij snapt toch nu ook wel dat ik bang ben? Dat ik het net als de discipelen soms uitroep: ‘Meester, meester, wij vergaan.’

O, die vragen van Jezus. ‘Waarom ben je zó bang (niet gewoon bang maar zó bang)? Heb je dan geen geloof?’

En steeds moest ik het antwoord schuldig blijven.

Maar vandaag… vandaag las ik de vragen voor het eerst in een ander licht. Niet in het licht van een verwijt maar als uiting van verbazing. Verbazing vanwege het feit dat ze in hun angst vergeten lijken te zijn dat Hij er bij is. ‘Dachten jullie nu echt dat jullie zouden vergaan met Mij aan boord? Hoe konden jullie dat nu denken? Waren jullie vergeten dat Ik erbij ben?’

En ik? Ben ik dat vergeten? Terwijl ik hierover nadacht, ging er in mijn hoofd een laatje open. Een laatje waarin liederen van vroeger liggen bewaard. En terwijl het open gleed, zweefden de klanken en woorden uit het lied ‘t Scheepke onder Jezus hoede mij tegemoet. ‘Al staat de zee ook hol en hoog, en zweept de storm ons voort, wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord, en veilig strand voor ’t oog.’

Wat een rust gaven deze oude woorden met hun herinnering aan het feit dat ik niet bang hóef te zijn, want… Jezus is aan boord.

In het verhaal in de Bijbel wordt de storm gestild. Wij weten hier nog niet of, hoe en wanneer deze coronastorm gestild gaat worden. Ik hoop het van harte. Maar ook al zou deze storm niet worden gestild, de aanwezigheid van Jezus stilt wel de storm in mijn ziel. Omdat we hoe dan ook op weg zijn naar een veilig strand. Een hemels land.

Wees gezegend met de aanwezigheid van Jezus aan boord. Dat dit geen moment uit je hoofd en hart zal wijken, hoe hard de wind ook blaast en hoe hoog de golven ook zijn.


© Marianne Grandia, 4 april 2020

1 reactie

  1. Annemarie Pieterman op 08/04/2020 om 22:52

    Lieve Marianne,
    Bedankt voor deze prachtige woorden.
    Frappant, het verhaal van de storm op het meer was aan het begin van de crisis in mijn gedachten gekomen. Een paar weken later moest ik denken aan het oude lied wat je benoemt in je blog. Eerlijk gezegd was ik het alweer vergeten… Tot ik vanmiddag jouw blog las. Wat een bemoediging en wat een enorme knipoog van onze Hemelse Vader!

    Bedankt voor het delen van jouw schrijftalent en voor wie jij bent!

    Veel zegen,
    Annemarie

Laat een reactie achter