Muurbloem

Gymles. Ik vond het een ramp, iedere week opnieuw. Niet omdat ik niet van sporten hield, maar omdat ik er niet goed in was. Ik wist het zelf… en mijn klasgenoten wisten het ook. En iedere keer als de gymleraar een paar leerlingen koos die groepjes mochten samenstellen, werd dat bevestigd. De besten werden als eerste gekozen, de ‘kneusjes’ als laatste. Ik zie mijzelf nog zitten, op die bank tegen de muur van het gymlokaal. Iedere keer weer hoopte ik toch dat ik gekozen zou worden. Maar kwam toch steeds weer tot de ontdekking dat ze me niet wilden. Want met gym werd je niet gekozen om wie je was, maar om wat je kon. En ik gaf ze niet eens ongelijk; want wat hadden ze nu aan mij?

Klassenfeest. Ik was verliefd op de knapste jongen van de klas. En ik niet alleen, alle meiden waren dat. Ik wist dat… en hij wist het ook. En tijdens het klassenfeest met de spelletjes waarbij een jongen een meisje uit mocht kiezen, koos hij ieder spel een ander. De mooiste het eerst, de ‘kneusjes’ het laatst, of helemaal niet. Ik zie mijzelf nog zitten, achterin de kamer, wat weggedoken tegen de muur, hopend dat hij mij toch een keer zou kiezen. Maar dat gebeurde niet. Want hij koos nooit iemand om wie ze was, maar om haar uiterlijk. En ik gaf hem ook geen ongelijk; want wat was er nu voor moois aan mij?

Zomaar twee herinneringen uit mijn jeugd. Ze lijken niet zo belangrijk, maar waren dat wel. Want ze vormden me mee tot de onzekere vrouw, die zich best voor kon stellen dat ze nooit en nergens voor gekozen werd. Als tegenhanger probeerde ik goed te worden in mijn werk, zodat ik inderdaad gekozen werd bij sollicitatiegesprekken en voor moeilijke opdrachten. Ik deed mijn uiterste best om mensen te laten merken wat ik kon, in plaats van te laten zien wie ik was.

Maar het vervormde me ook. In de eerste jaren van mijn huwelijk heb ik steeds weer aan mijn man gevraagd waarom hij eigenlijk van me hield. Wat was er nu voor leuks aan mij? Wat had hij nu aan mij?

En ook naar God, mijn Vader toe, stelde ik vaak die vraag. Wat had Hij nu aan mij? Waarom zou Hij eigenlijk van me houden? Het enige dat ik kon bedenken was dan maar hard voor Hem te werken. Dan had Hij nog iets aan mij. ‘Verdiende’ ik Zijn liefde in ieder geval…

Maar op de bodem van mijn bestaan, toen het me zelfs niet meer lukte om te werken, toen alle muren waaraan ik mij als muurbloem had vastgeklampt, ineen waren gestort, toen pas ontdekte ik zoiets ongelooflijks… Ik ontdekte dat Hij niet van me hield om wat ik kon presteren, maar om wie ik was. Dat Hij me niet had uitgekozen omdat ik heel goed in Zijn team zou passen, of de mooiste vrouw was die Hij ooit heeft geschapen, maar dat Hij me uitgekozen had omdat Hij van me hield.

En beschroomd, maar zielsgelukkig kwam ik overeind van dat bankje, en legde mijn hand in de Zijne, toen Hij me ten dans vroeg:

Wallflower, come dance with me,
Leftover, you’re just what I need!
Broken one, you’ll be the queen of my heart.

 

Copyright: Marianne Grandia

Slotliedregels uit Wallflower – Laura Woodley

Gepubliceerd op 18 maart 2011